Hoe een voetbalclub de wereld kan veranderen

“Bij Salaam is iedereen – blank, zwart, moslim of jood – een Mechelaar”

dinsdag 08/12
Salaam Mechelen

Drie dagen na die verbijsterende vrijdag de dertiende in Parijs vertelt journalist Yves Desmet op Radio 1: “We hebben niet meer para’s op straat nodig, we hebben meer Youssefs nodig.” Die Youssef, dat is Youssef El Yagoubi: oprichter en trainer van Salaam Mechelen, een zaalvoetbalclub die veel meer doet dan zaalvoetballen.

Voor Desmet tot zijn conclusie komt, maakt hij een luisterenswaardig aanloopje: “En dan gaat Youssef opnieuw naar zijn jonge voetballers en leert hij hen wat eigenwaarde en zelfrespect is, leert hij hen om nooit de losers te worden die in Parijs hun Kalasjnikovs leegschoten, omdat ze het leven van anderen en dat van zichzelf waardeloos vinden.” Maar waarom heeft Desmet het na de terreur over de onbekende oprichter van een Mechels zaalvoetbalploegje?

 

salaam club Mechelen

Vijf witte en vijf gekleurde spelers

Bij de Mechelse gemeenteraadsverkiezingen van 1994 haalt het Vlaams Blok 19,7 procent van de stemmen. De twintiger Youssef El Yagoubi wordt een toenemende polarisatie gewaar. Het is wij versus zij, Belgen versus Marokkanen, zelfs als het z’n favoriete spelletje aangaat. “Terwijl Belgische ploegen naar eigen zeggen geen Marokkaanse spelers vonden, klaagden de Marokkaanse sjotters dat ze nergens toegelaten werden”, vertelt El Yagoubi (44). “Ik probeerde een paar keer te bemiddelen, maar zei op den duur: ‘Wete wa, we starten zelf een eigen ploeg, met vijf witte en vijf gekleurde Mechelaars'. Om te tonen dat het wel kan.”

Het zaalvoetbal wordt Youssefs vehikel om de wereld een beetje beter te maken. Op twintig jaar tijd groeit Salaam tot Project Salaam. Het bestuur en de trainers focussen zich vooral op wat er naast de zijlijn gebeurt, al stoot het team snel door naar de eerste klasse. “Maar omdat we daar wilden blijven, verloren we onze missie even uit het oog.”

Salaam laat zich vrijwillig een paar reeksen zakken. Maar draagt z’n missie nu vanuit derde klasse sterker uit dan ooit.

 

Allemaal Mechelaar

Wie sporthal De Plaon – in de sociale woonwijk ‘t Oud Oefenplein – binnenwandelt, hoort bij de vele begroetingen de naam van het team vallen: Salaam. “Daar krijgen we zelfs na twintig jaar nog commentaar op. Maar 'vrede welkomend' bekt nu eenmaal niet”, glimlacht El Yagoubi.

 

"Wie geen zelfrespect heeft, kan ook geen respect opbrengen voor anderen"

Voor het overige doet El Yagoubi niet snel lacherig over woorden. Omdat hij ze bewust uitkiest. “Ik word gek van woorden als 'allochtoon' of 'migrant'. Wij zijn geen Marokkanen of moslims, wij zijn Mechelaars. Regel één bij ons: heb respect. Maar, en dat hebben we onze jongens ook ingelepeld: wie geen zelfrespect heeft, kan ook geen respect opbrengen voor anderen. Dus: wij zijn trotse Mechelaars. Het is moeilijk als er van buitenaf constant op die identiteit ingebeukt wordt. Maar we blijven het herhalen, als een cassettebandje.”

                                                                                      

Het zit ingebakken in het project van Salaam: positieve identiteitsvorming. Vraag aan jeugdcoördinator Said Abarkan (40) of hij Marokkaanse roots heeft en hij wordt lastig. “Ik ben Mechelaar, noem me ook overal zo. Ik begrijp niet dat we het nog over de allochtone gemeenschap hebben. Bij Salaam zijn vrouwen en mannen welkom, van elk ras, gelovig of niet-gelovig, hetero- of homoseksueel. De maatstaf waarmee iedereen beoordeeld wordt is dezelfde: gedrag.”

Ook voorzitter Frédéric Thiebaut (35) – die volgens een lijstje op basis van assisenzaken tot de top-20 van de Belgische advocatuur behoort – klopt op dezelfde spijker. “De basis van Salaam is inderdaad dat we allemaal Mechelaars zijn. Maar we lokken wel bewust discussies uit over afkomst of geloof. Er wordt stevig over gepraat. Maar open en met respect voor elkaars mening.”

 

Praten zonder protocol

Het is het tweede fundament: communicatie. “Veel van onze jongens worden constant negatief benaderd”, aldus El Yagoubi. “Ge hebt toch geen bom bij? Draagt uw moeder een hoofddoek? Ze moeten zich constant verantwoorden. Dan is het aan ons om daar op een lichte manier door te fietsen, maar ze tegelijkertijd te steunen. ‘De ander was verkeerd.’ Wij zijn er om dat te zeggen, op andere plaatsen zijn die mensen er vaak niet. Wij creëren een omgeving waar gepraat wordt.”

 

"Salaam is geen praatbarak waar wat geluld wordt. We proberen ten gronde over dingen te praten"

“Maar hebben we een protocol? Neen”, zegt Thiebaut. “Onze missie en werkwijze zijn geleidelijk gegroeid, vooral dankzij Youssef. En versta ons niet verkeerd: Salaam is geen praatbarak waar wat geluld wordt. We proberen ten gronde over dingen te praten. Als iemand iets verkeerds doet, zeuren we daar ook over door in plaats van het onder de mat te vegen.”

Alles behalve bepamperen

Ondertussen zet het bestuur voorbeelden neer. El Yagoubi is er zo één. “Net als Frédéric: van knullig studentje is hij topadvocaat geworden”, zegt El Yagoubi. “Maar zonder Salaam was ik ook in de advocatuur beland”, glimlacht Thiebaut. “Het klopt wel dat Salaam mij mee gevormd heeft. Door de ontmoetingen met al die verschillende mensen ben ik rijker geworden. Ook nu zet het me nog met twee voeten op de grond. Ik zie hier jongens voor wie het niet zo vanzelfsprekend is, die met een zwaardere rugzak door het leven moeten.” 

Maar, en daar zijn El Yagoubi en Thiebaut keihard in, die rugzak is geen excuus. “Als er één ding is waar ik een hekel aan heb, dan wel bepamperen”, stelt Thiebaut. “Naast het voetbal hebben wij ons netwerk. Wij geven onze gasten kansen, sturen hen om die kansen te zien en helpen hen als ze ontmoedigd zijn. Bezorgen we iemand een vakantiejob en verknalt die het: eigen schuld. Zonder medelijden. We hebben veel geduld, zien altijd het positieve in mensen. Maar als ze iets verkeerd doen, krijgen ze wel de rekening gepresenteerd.”

 

Voetbal als ruggengraat

Voor u het vergeet: Salaam voetbalt ook wel degelijk. “Voetbal is de ruggengraat”, aldus El Yagoubi. “Daarmee wekken we interesse. Wie bij Salaam speelt, komt in de krant of op de regionale tv. De sport is onze corebusiness aan de voorkant. Maar aan de achterkant is er wel dat ene A4’tje: je moet, je moet, je moet. Is dat nodig? Ja. Trapt een speler een vuilbak kapot, dan zegt die: ‘Sorry, ik heb me afgereageerd.’ Neen, je hebt de vuilbak kapot gesjot en in je contract staat dat je de accommodatie respecteert. Je betaalt die vuilbak. Zo werkt het in de maatschappij ook.”

 

"Wie bij de jeugdacademie van Salaam speelt, geeft elke keer opnieuw zijn rapport af"

De drie kernwoorden die El Yagoubi eraan verbindt: strengheid, controle en prestatiegerichtheid. Wie bij de jeugdacademie van Salaam speelt, geeft elke keer opnieuw zijn rapport af. “En of daar nu een zeven of een tien staat, dat interesseert me weinig”, zegt jeugdcoördinator Abarkan. “Opmerkingen over attitude heb ik wél gezien. Dan worden ze op non-actief gezet. Ze moeten nog naar de training en wedstrijd komen, maar mogen niet meedoen. Ondertussen probeer ik ook hun ouders te betrekken. Ik wil zoveel mogelijk mama’s en papa’s naast de lijn. We moeten ons geen illusies maken: ik train die jongens maar een paar uur. Opvoeding gebeurt ook elders.”

 

“Zo is voetbal voor mij een voorbereiding op school en werk”, gaat Abarkan verder. “Ik ben blij als mijn ploegen winnen, maar dat is bijzaak. Het begint bij fair play, respect voor de ander. Als ze geprovoceerd worden door een tegenstander en niet reageren, ben ik eens zo tevreden als jeugdcoördinator.”

 

Doneer, steun en help

De voorbije twee decennia heeft Salaam bewust gewerkt aan diversiteit. “We proberen er zoveel mogelijk mensen bij te betrekken”, licht El Yagoubi toe. “We zitten met moslims, wat atheïsten, een paar christenen. Waren er Joodse voeballers in Mechelen, dan zouden we de eersten zijn om hen uit te nodigen. Een paar jaar geleden hebben we binnen Salaam ook een vrouwenploeg opgericht. En ja, dat mag je een statement noemen. Twintig jaar geleden was het moeilijker om de gemiddelde jongere compatibel te maken met een bende vrouwen, nu is het de standaard.”

“Eigenlijk installeren we een attitude”, vervolgt El Yagoubi. “Wij doen op een positieve manier aan kuddevorming. Wil je niet meedoen aan interculturaliteit en samenhorigheid? Goed, dan maak je ook de fun niet mee. We hebben spelers die bij Anderlecht en Zulte Waregem voetballen, drie jongens mogen naar het EK zaalvoetbal U21. Dan vragen de anderen hoe zij daar kunnen geraken. Simpel: heb respect, loop niet naast uw schoenen, werk hard. Dan word je beloond.”

Wie straks uit nieuwsgierigheid naar de website van Salaam surft, ziet: ‘Doneer voor de vluchtelingen’ en ‘Help Mechelen4GazaKids'. Sporthal de Plaon is vooral een ontmoetingsplek geworden. “Buiten Mechelen krijgen we behoorlijk wat respect, maar denken collega’s dat we stevig gesubsidieerd zijn. Quod non: we doen alles met vrijwilligers en eigen middelen”, zegt El Yagoubi. “Ironisch genoeg is het binnen Mechelen nog meer opboksen tegen het idee dat we dat Marokkanenploegske zijn. Niet dus: we zijn een Mechelse vereniging die via sport en maatschappelijke activiteiten mensen bij elkaar brengt.

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.