Kampen we met een sportief drankprobleem?

Het Vlaamse Expertisecentrum Alcohol en Drugs wil ons alcoholgebruik in sportclubs temperen

vrijdag 09/12

Onze hoogste voetbalcompetitie kreeg haar naam van Jupiler. Alken-Maes duikt bij meer dan één voetbalclub op als sponsor. Carlsberg was hét merk van het EK. Heineken sponsort de Champions League, Amstel de Europa League. Moet er nog bier zijn? Veel minder, vinden ze bij het Vlaamse Expertisecentrum Alcohol en andere Drugs (VAD), dat een nieuwe campagne lanceerde: Sportivos.

 VAD werkte al meerdere campagnes uit, maar nog nooit binnen sportclubs. “Omdat het moeilijker is”, vertelt medewerker Johan Jongbloet. “Bij overheden of scholen zijn er vaste structuren. Bij sportclubs, waar mensen hun hobby beoefenen, veel minder.”

In aanloop naar Sportivos begon het centrum met een stevig literatuuronderzoek. De resultaten liggen in lijn met de vatstelling die Thierry Devreker drie jaar geleden al naar buiten bracht. “Jongeren bij een sportclub drinken meer dan hun niet-sportende leeftijdgenoten”, klonk het toen ongerust bij de kindergastro-enteroloog aan het UZ Brussel.

De onderzoekers van het expertisecentrum schrijven nu: “Prevalentiecijfers en statistische verbanden tonen aan dat het alcoholgebruik algemeen genomen hoger/frequenter is bij teamsporters.” En ook: “Hoe intensiever aan sport gedaan wordt en hoe hoger het competitieniveau, hoe lager het alcoholgebruik.” Lees: teamsporters op amateurniveau vormen een risicogroep voor overdadige drankconsumptie.

 

Jongeren bij een sportclub drinken meer dan hun niet-sportende leeftijdgenoten

De onderzoekers stuurden een vragenlijst uit naar meer dan 1100 Vlaamse sportclubs en kregen 177 nuttige exemplaren terug. Zo’n vijftien procent van de clubs gaf aan ooit problemen te hebben gehad met alcohol of drugs, vooral verenigingen met een eigen jeugdwerking. Voorts bleven de antwoorden redelijk vaag. “De helft van de clubs geeft wel aan dat ze zélf niet weten of ze genoeg competenties en kennis over alcohol en drugs in huis hebben”, klinkt het bij VAD.

Het expertisecentrum ging op zoek naar good practices – “we vonden er slechts één, het Australische ‘good sports’” – en tekende een eigen pilootproject uit. Er werden iets meer dan twintig Vlaamse sportclubs bereid bevonden om mee te doen, de helft is ondertussen nog aan boord. “Klinkt weinig,” zegt Jongbloet, “maar voor een pilootproject is dat helemaal niet slecht.”

De clubs kunnen drie zogenaamde labels verdienen. In eerste instantie geeft VAD een vorming aan clubbestuurders en kantineverantwoordelijkheden. Die mensen krijgen bijvoorbeeld de wetgeving nog eens uitgelegd. Tijdens de volgende stap wordt de focus uitgebreid naar alle clubleden en een speciaal opgeleide alcohol- en drugcoach. In laatste instantie wil Sportivos clubs laten evolueren van een charter naar “een structurele inbedding, met regels en procedures.”

De tweedeprovincialer Kwik Eine verplicht zijn voetballers om na de match minstens één uur in de kantine te blijven of naar sponsorende cafés te gaan

Bij niet weinig clubs gaat bij de woorden ‘regels en procedures’ een alarmbelletje af. Want VAD kan dan veel mooie verhaaltjes vertellen, maar hebben ze er al eens bij stilgestaan hoe belangrijk de kantine is voor een sportclub? Dat de pintjes aan de toog inkomstenbron nummer één zijn? Begin oktober schreef De Standaard nog over Kwik Eine. De tweedeprovincialer verplicht zijn voetballers om na de match minstens één uur in de kantine te blijven of naar sponsorende cafés te gaan. “Elke provinciale club doet dat”, klonk het antwoord. En ook: “Het is het minste wat je kan doen voor je sponsors.”

Maar een belangrijk detail volgens VAD: “We werken bottom-up, leggen niets op”, zegt Jongbloet. “En neen, we willen het alcohol niet uit de kantines bannen! Maar we kunnen bijvoorbeeld wel wijzen op alternatieve fondsenwerving. Op een goede kop koffie maak je meer winst dan op een pintje. We zetten clubs aan om zelf wat acties op te zetten, en die hoeven in eerste instantie echt niet zo groots. Werk samen met een taxibedrijf, hang de uren van de bus uit, zet een BOB-ouder in de bloemetjes.”

Het expertisecentrum noemt dat: “het creëren van een positieve omgeving.” “Die positieve houding straal je uit naar buiten toe. Als sportclub wil je toch niet dat een dronken speler een ongeval veroorzaakt? Geëngageerde clubs met een positieve mindset verwerven een goede naam. En met een goede naam lok je sponsors, haal je makkelijker subsidies binnen”, zegt Jongbloet. “Vele kleine, intelligente ingrepen kunnen tot een grote winst leiden. Tot een gezonde club, zonder alcoholproblemen.”

 

Op een goede kop koffie maakt een clubkantine meer winst dan op een pintje.

Volgens VAD zijn de eerste reacties van de deelnemende clubs positief. Maar is dat ook zo, basketbalclub Falco? “Toen de vraag van VAD kwam, hebben we even overlegd”, reageert bestuurslid Jenny Claes. “We hebben het uiteindelijk een kans gegeven. Omdat we bij Falco openstaan voor acties die sociale meerwaarde bieden.”

Het bestuurslid voegt er nadien wel aan toe dat “sportclubs er niet zijn om met het pedagogische vingertje te zwaaien.” En ook dat “een eigen kantine een zegen is, en de drankverkoop nu eenmaal een belangrijke inkomstenbron.” “Dus eerlijk, onze eerste reactie klonk zo: “Komt VAD nu ook al bij sportclubs aankloppen? En wat met het financiële plaatje? We kregen ook vragen als: waarom moeten wij ons engageren, als in het profvoetbal zoiets bestaat als de Jupiler Pro League? Maar kijk, het zorgt dus al zeker voor reflectie. En ondertussen weten we: als je flauwe oploskoffie vervangt door kopjes uit een goede koffiezet, kan je meer winst maken.”

Bij de Gentse basketbalclub, die zo’n 400 leden telt, focussen ze nu op twee dingen. “Na een gewonnen match duiken onze senioren niet meer met een plateau vol pintjes of een fles cava de kleedkamer in”, zegt Claes. “We hebben onze spelers op die gewoonte gewezen. Ze hebben positief gereageerd, hebben er nu zélf een aandachtspunt van gemaakt. Ze zijn een voorbeeld voor onze jeugd.”

Tegelijkertijd heeft de basketbalclub aandacht voor ouders die wat drinken in de kantine, hoewel ze nog voor vervoer moeten zorgen. “Maar dat ligt gevoeliger. Daar zoeken we de juiste richting nog”, meent Claes. “Als club moeten wij ouders de les niet lezen, hen niet afschrikken of wegjagen. Ook in de kantine moet het gezellig blijven. Bovendien: die mensen doen hun best om hun kinderen te laten sporten en brengen net daarom veel tijd door in de cafetaria.”

Volgens Falco draait het dan ook om voorbeeldfuncties en positieve communicatie. “Mensen komen naar de sportclub om zich te ontspannen. Het heeft geen zin om te straffen, te controleren. Maar je kan wel positief stimuleren. De manier waarop Sportivos het aanpakt, lijkt me de juiste. Met een volledige aanpak, niet met links of rechts losse flodder. Als je werk wil maken van deze problematiek, moet je dat gegrond doen. En ja, dat kan ook bij een sportclub: we geven belangrijke sociale waarden mee, kunnen jongeren sterker maken. We kunnen hen dus ook leren om neen te zeggen tegen alcohol.”

 

Het volledige programma van Sportivos: www.vad.be/artikels/detail/sportivos
Meer info over sport en middelengebruik: www.sportwijs.be en www.druglijn.be

 

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.