Sneller dan Greg. Of toch niet?

vrijdag 07/02

Met Gert Verheyen en Eddy Snelders trok Peter Vandenbempt begin dit jaar voor vijf dagen naar het Spaanse Calpe om er te fietsen. “Ik had in mijn leven nog nooit eerder echt een col beklommen”, zegt Vandenbempt. “Ik fiets normaal altijd hier in de streek (rond Bevekom/Beauvechain, nvdr.) op een golvend parcours. Ik heb ook al een paar keer in de Vlaamse Ardennen gereden, maar ik vond dat nooit echt geweldig. Ik zag mijzelf niet als een klimmer. Maar Calpe is mij goed bevallen, moet ik toegeven.”

Wie van jullie is beste klimmer?

“Nu ik, maar als iedereen op zijn best is, dan liggen de krachtverhoudingen anders: dan ben ik de slechtste. Eddy en Gert zijn mekaar waard, dat zijn twee gewezen topsporters en je merkt dat ze toch wat meer power hebben. Alleen waren ze deze keer allebei veel minder getraind, dus ik heb dat moment geweldig gekoesterd (grijnst).”

 

Is er onderlinge competitie?

“Neen, maar ik heb al gemerkt dat die ex-topsporters competitiever zijn dan ik. In Calpe was het vooral een plezante ervaring. Ik maak bij mij in de streek vooral ritjes van 70 à 80 kilometer. Meestal alleen, of met mijn fietsmaat en vroegere presentator Dirk Vermeylen. Afhankelijk van de richting die ik uit rijd, kom ik aan 300 of 650 hoogtemeters. In Calpe kwamen we soms aan 1500.”

 

Voel je niet de behoefte om je parcours te variëren?

“Ik zou dat weleens graag doen, maar fietsen is tijdrovend en ik moet door mijn drukke professionele leven het ‘tijdverlies’ zo veel mogelijk beperken. Ik ben wel al eens in de Ardennen gaan rijden, maar dat is dan tijdens de vakantie. Bij mij is het meestal tussendoor, met horten en stoten. Het probleem is dat ik daardoor nooit maanden aan een stuk mijn ‘vorm’ kan behouden. Zodra het Europees voetbal begint, kan het gebeuren dat ik twee of drie weken niet fiets.”

“Ik heb één groot doel: fit blijven en geen buik kweken. Ik ben eigenlijk helemaal geen gepassioneerde of fanatieke, maar eerder een noodgedwongen fietser"

Hou je doelen voor ogen?

“Ik heb één groot doel: fit blijven en geen buik kweken (lacht). Ik ben eigenlijk helemaal geen gepassioneerde of fanatieke, maar eerder een noodgedwongen fietser. Toen ik nog voetbalde, was ik keeper, maar ik hoorde wel altijd bij de beste lopers van de ploeg. Ik kon heel snel sprinten en bij de uithoudingsproeven eindigde ik doorgaans bij de beste twee of drie. Maar door een acute hernia 25 jaar geleden, lukt lopen niet meer, anders zou ik nu dat doen in plaats van fietsen. Je hoeft achteraf ook veel minder proper te maken.”

“Ik heb eerst een aantal jaren niet aan sport gedaan. Maar om halftwee ’s nachts ben ik eens met de babysit 500 meter meegefietst naar haar huis, zodat ze niet alleen door het donker moest. De terugweg ging een klein beetje bergop, waardoor ik geweldig op mijn adem trapte. Toen heb ik aan mijn vrouw gezegd: nu is het genoeg! Drie keer in de week at ik frieten, vaak ’s nachts nog na een match. Ik ben daar radicaal mee gestopt, ben op mijn fiets gekropen - een gewone stadsfiets met de versnelling aan het stuur - en ben als een zot weggevlogen. Volledig verkrampt ben ik aangekomen. Ik heb mij moeten laten vallen in de sneeuw om van mijn zadel te geraken. Daarna ben ik er drie keer in de week ‘vollen bak’ in gevlogen en drie maanden later – ook mijn eetgewoontes waren veranderd – woog ik in plaats van 86 nog 76 kilogram. Nu is 80 kilo mijn streefgewicht: 79,9 is goed; 80,1 is te veel (lacht). Ik wil ook in de buitenlucht zijn, daarom fiets ik nooit op rollen. Winter of zomer, ik fiets altijd buiten, ook bij -10.”

 

Ben je een materiaalfreak?

“Neen. Ik heb tien jaar rondgereden op een aluminium Ridley met een plat stuur en twee ossenhandvaten. Ik werd daar voortdurend mee uitgelachen, maar die fiets heeft grote diensten bewezen. Een paar jaar geleden was ik eens met een echte koersfiets van Gert Verheyen onderweg en ik vond dat verschil reuzengroot. Dus heb ik er mij een aangeschaft. Daar draag ik zorg voor, terwijl ik dat voor mijn oude fiets minder deed. Het kon zijn dat die drie, vier dagen vol modder bleef staan.”

"Winter of zomer, ik fiets altijd buiten, ook bij -10"

Merk je een verschil tussen periodes waarin je wel of niet sport?

“Als ik niet kan sporten, dan is mijn humeur toch minder. Soms denk je bij regenweer weleens: zou ik wel vertrekken? Maar je voelt je nadien tien keer beter. Het geeft mij een helderder hoofd, je zit beter in je vel, je bent fysiek en mentaal fitter. Ik leid een vrij zwaar professioneel leven en ik kan dat beter aan als ik fit ben…”

 

… en als je geen ongelukken tegenkomt.

“Helaas ben ik in de Vlaamse Ardennen eens zwaar onderuitgegaan: te hard en te slecht de bocht ingegaan en over de steentjes en de macadam geschuurd. Ik heb daar toch een maand of twee geweldig veel ‘plezier’ van gehad: schaafwonden aan mijn arm, hand, knie en dij, en mijn ellenboog gehecht. Ze kwamen me elke dag verzorgen.”

“In september heb ik ongelooflijk veel geluk gehad. Ik rijd af en toe van die toertochten. Tijdens die van Scherpenheuvel reed ik op een gegeven moment alleen. Ik dacht dat ik op de hoofdweg zat. Maar plots kwam er een auto uit een andere straat. Ik kon ‘m niet meer ontwijken. Mijn groot geluk was dat ik hem achteraan heb geraakt. De lichaamsschade bleef beperkt tot twee breukjes in de arm, op zich niet zo reuze-erg, maar wat bleek? Ik was onbewust een kruispunt overgestoken zonder te letten op de dikke witte stopstreep en een verkeerdbord. Die bestuurder schrok zich een hoedje, natuurlijk, want hij reed op de voorrangsweg. Daar heb ik ongelooflijk veel geluk gehad.”

 

Beetje persoonlijke vraag misschien, maar scheer je je benen om te koersen?

“Neen, ik vind behaarde benen horen bij een man zoals baardgroei. Het ziet er niet uit. Maar ik word daar weleens op gewezen.”

 

Volgens de ongeschreven wielercode mag iemand met geschoren benen zich niet laten inhalen door wie zijn benen niet heeft geschoren.

“Wel, dan kan ik zeggen dat ik toch al veel geschoren benen heb ingehaald (grijnst). Toen ik beter ‘in vorm’ was, reed ik ze ook op die oude aluminium ‘tractor’ voorbij, hoor (lacht). Maar ik kan ook geweldig goed het wiel lossen. Ik hou daar geen trauma aan over. Waar ik mij altijd over verbaas, is dat sommigen liegen en opscheppen over afstanden die ze afleggen of de gemiddeldes die ze rijden. En dan zwijg ik nog over recreanten die doping nemen om met de groep mee te kunnen. Als ik 68 kilometer gereden heb met een gemiddelde van 27,5 per uur, dan ga ik toch niet zeggen dat het er 75 waren en dat ik 29 per uur reed? What’s the point? Ik rijd alleen voor mijzelf.”

 

Je zit ook op Strava.

“Ja, dat is leuk om de anderen te volgen en kudos te geven. Ik heb overigens ooit eens één KOM (King of the Mountain, de snelste tijd op een klim, nvdr.) gehaald in de Vlaamse Ardennen. Ik had een werkelijk verbluffende tijd neergezet. Toen ik die keer gevallen ben, kwam er toevallig een huisarts voorbij die een paar kilometer verder woonde en die mijn wonde kon dichtnaaien in zijn kabinet. Toen hij mij meenam in zijn auto, had ik mijn Strava niet afgezet. Dus ’s avonds toen ik thuiskwam, zag ik dat een KOM had gehaald op een of andere helling. Ik bleek dertig seconden sneller dan Greg van Avermaet en hij had niet de snelste tijd, dus het was nog geloofwaardig ook. Maar ik heb mij uiteraard níet van krommenaas gebaard. Ik ben er toch vanaf geraakt (lacht).”

"Behaarde benen horen bij een man zoals baardgroei"

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.