Sport bij kinderen draait te veel om prestaties

dinsdag 22/10

We moeten dringend af van onze prestatiekoorts als we naar sportende kinderen kijken. En zeker als het gaat over kinderen die pas beginnen te sporten. Vergeet medailles, besttijden en rankings. Als we willen dat zoveel mogelijk kinderen kiezen voor een leven vol sport, zal het toch anders moeten. Enkele in tranen gedrenkte verhalen raakten me recent zo diep, dat mijn sporthart er nog van bloedt.

Er kwam stoom uit de oren van de grootvader. Hij was het niet eens met het opzet van onze jeugdwedstrijden. Zijn kleinzoon moest toch verdikke echt competitief kunnen zijn? En dat het parcours ook al op niet veel trok. Dat moesten we dringend omgooien voor een hardere wedstrijd. Onze organisator zat een paar uur later nog met de daver op haar lijf. Een bolwassing voor een recreatieve jeugdwedstrijd, dat had ze totaal niet zien aankomen.

En het ging hier niet over nieuwelingen of junioren. Het ging over kindjes van - ocharme - 9 en 10 jaar. Velen deden voor de eerste keer mee aan een wedstrijdje. Spelden voor de eerste keer een nummer op. Het deed zich voor tijdens de crossduatlon in de Lembeekse bossen van mijn eigen triatlonclub. Om de jeugd te laten proeven van duatlon richtten we een paar uur voor de volwassenenwedstrijd drie jeugdreeksen in. Just for fun. In ons reglement stond duidelijk dat er geen podium zou zijn. Dat de groep onder begeleiding van een volwassen voorrijder de eerste rondes samen zou blijven, aan het tempo van de traagste deelnemer. En dat pas op het einde iedereen zijn gang mocht gaan. Zo hoopten we dat ook de minder getalenteerde kindjes plezier zouden beleven en dat iedereen met een winnaarsmentaliteit over de streep zou komen.

Wet van de sterkste

Vond die grootvader dus dikke bullshit. Zijn zoon was nog profrenner geweest. Dus zijn kleinzoon moest duidelijk vanaf het prille begin het onderste uit de kan halen. Niks in groep de eerste rondes afleggen. Hard doortrekken verdikke! Dat er dan slechts drie kindjes met een brede glimlach op het podium zouden staan en er bij de rest veel opgevers in tranen om hun moeder zouden roepen, dat is alleen maar de wet van de sterkste. De zwakken moeten eruit.

Tuurlijk zijn we niet geplooid onder de druk. We blijven geloven in onze formule, al weten we dat de huidige sportmentaliteit tegen ons werkt. Onze volwassen leden hadden zelf veel moeite om hun eigen kinderen te overtuigen om mee te doen. Sommigen hadden gewoon geen zin, maar de meesten hadden vooral schrik om niet mee te kunnen. Ervaring met eerdere jeugdwedstrijden lag nog op hun maag.

 

Podium

Een vriendin van me beklaagde zich in september over de schoolveldlopen. De eerste weken van september had de sportleerkracht de sportles omgevormd tot harde looptesten, als voorbereiding op de schoolveldloop. Te hard in te korte tijd, volgens de mama. Haar dochter was elke keer met veel spierpijn thuisgekomen. Maar ze had wel zin om zich tijdens de loopwedstrijd te smijten. Toch was ze nadien teleurgesteld. Ze liep goed. Maar uiteindelijk stonden dezelfde meisjes op het podium als vorig jaar. Meisjes die al in een atletiekclub zitten. Haar dochter raakte onmiddellijk gedemotiveerd. “Waarom zou ik volgend jaar nog mijn best doen, mama?” Haar moeder merkte op dat je zo alleen de atletische kinderen beloont en al de rest naar huis dreigt te gaan met een degout voor lopen voor de rest van hun leven. Ik hoor dat op andere plaatsen de schoolveldlopen wel spelenderwijs worden aangepakt, maar dus niet overal.

Op de schoolveldloop worden alleen de atletische kinderen beloond en dreigt de rest naar huis te gaan met een degout voor lopen

Middenmoter

De oudere broer van dat meisje doet aan cyclocross. Een jongen van 14. Toen ik naar een van zijn wedstrijden ging kijken, eindigde hij ergens in de buik van het peloton. Gemiddelde hartslag tijdens de race: 203. Hij had alles gegeven en was best trots op zijn prestatie. Hij nam technische hindernissen foutloos terwijl anderen van de fiets moesten afstappen. Dat hij nooit op het podium staat, vindt hij niet eens erg. Hij fietst gewoon graag en kan in de cross over hetzelfde parcours vlammen dan dat van zijn idolen bij de profs. Maar de omgeving is soms bikkelhard. “Nooit op het podium? Kan je dan niet beter stoppen?” kreeg hij al te horen. Ik herhaal zijn leeftijd. 14.

Ook krijgt hij vragen over zijn manier van trainen. Hij fietst ongeveer 4 keer per week, doet stabilisatietrainingen en crost 1 keer in het weekend. Niet weinig op die leeftijd. Met zijn schoolwerk er nog eens bij blijft er geen andere vrije tijd over. Maar blijkbaar scoort hij daarmee toch nog onder de gemiddelde crossende tiener. De concurrentie doet het tegenwoordig al direct met 2 wedstrijden per weekend én gedetailleerde trainingsschema’s van een personal coach. Onder het motto “als je iets doet, haal er dan direct het maximum uit.”

 

Mathieu en Nina

Het doet me denken aan wat onlangs in de krant stond. Er werd een verklaring gezocht voor het succes van zoveel jonge renners. Mathieu, Remco, Tadej Pogačar. Een van de verklaringen is dat de jeugd beter omkaderd wordt dan vroeger en dat de aanpak op steeds jongere leeftijd professioneler is. Fijn, denk ik dan voor de getalenteerde jongeren. Maar wat met de jeugd die niet overloopt van uitzonderlijk talent, uiteindelijk toch nog altijd het leeuwendeel van de sportertjes?

Nu al worden heel jonge kinderen in voetbalclubs aan de deur gezet omdat ze niet goed genoeg zijn en er betere kinderen op de wachtlijst staan. Ik ken een turnende tweeling van 10 die niet samen traint. Het ene meisje is beter en zit bij de A-groep. De andere zit in de B-groep, mist haar zusje en kweekt een minderwaardigheidscomplex. De kans dat de A-zus de nieuwe Nina Derwael wordt, lijkt me een triljoen keer lager te liggen dan de kans dat de B-zus afhaakt.

Als kind deed ik aan judo. Ik deed het graag. Ik genoot van de lange trainingen en de vriendschappen die ik er sloot. Tot ik met wedstrijden begon. Ik vond er niks aan. Te kort, te agressief. Er kwam druk om meer wedstrijden te doen en extra te trainen. Drie in plaats van twee keer in de week. Ze dwongen me op mijn 15e om op dieet te gaan. Ik maakte meer winstkansen in een lagere gewichtsklasse. Kort erna ben ik met judo gestopt. De fun was weg.

Als je wil dat ieder kind de sportmicrobe te pakken krijgt, dan moeten we ervoor zorgen dat er naast competitiesport op hoog niveau ook sportevenementen en clubs bestaan waar de olympische gedachte écht voorop staat.

Olympische gedachte

Moeten we daarom nooit meer prijzen uitdelen bij de jeugd? Tuurlijk wel. De lat constant voor iedereen te laag leggen, daar doe je niemand een plezier mee. Er zijn nu eenmaal kinderen die houden van dat competitieve karakter. Die bulken van talent. En die moeten de juiste bodem krijgen om te groeien. We dromen nu al van de Olympische Spelen volgend jaar, met voor ons land hopelijk een record aan aantal deelnemers en Belgische medailles. 

Maar als je wil dat ieder kind - met of zonder talent - de sportmicrobe te pakken krijgt, dan moeten we ervoor zorgen dat er naast competitiesport op hoog niveau ook sportevenementen en clubs bestaan waar de olympische gedachte écht voorop staat. Waar deelnemen écht belangrijker is dan winnen. Waar het op jonge leeftijd gewoon gaat om gezond bewegen, sociaal contact en plezier maken.

 

Traantjes drogen

Laat me even terugkeren naar die jeugdreeksen op de duatlon. Ik was “bezemfiets” en bleef achteraan de groep hangen. In elke reeks was er wel eentje die aan de rekker hing. Elke keer kwamen er traantjes. De minste van de groep zijn is niet plezant. Maar opgeven is nog minder leuk. Dus bleef ik erop inpraten tot ze weer in gang geraakten. Dat ze als laatste het grootste applaus van iedereen gingen krijgen. Dat iedereen een medaille kreeg. Dat de andere kindjes meer ervaring hebben en het daarom zo straf was dat ze volhielden. Dat laatste zijn niet erg is omdat er veel meer kindjes zijn die niet eens starten aan zo’n duatlon. Nog een paar meter, komaan, goed bezig, ik ben zo fier op je!

Practise what you preach? Ik deed die dag zelf mee aan de wedstrijd bij de volwassenen en eindigde op 8 na laatste van 150 deelnemers. En toch was ik trots op mezelf. Sport voor recreanten draait niet om winnen of de anderen. Het draait om je eigen grenzen verleggen. Fier zijn op jezelf. En die boodschap uitdragen, lijkt me bij de jeugd nog belangrijker dan voor volwassenen.

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.